Selecteer een pagina

Over Kwekerij De Kokmeeuw

Kwekerij De Kokmeeuw werkt dagelijks aan een verzorgd en betrouwbaar product. Met aandacht voor het teeltproces en de kwaliteit van het eindproduct wordt het assortiment grotendeels via de veiling (klok) verhandeld. Daarmee richt de kwekerij zich op de groothandel en uiteindelijk op de bloemist en winkelier.

De werkwijze is praktisch en nuchter, met korte lijnen en duidelijke processen. De focus ligt op het leveren van consistente kwaliteit, waarbij rekening wordt gehouden met de invloed van seizoenen en weersomstandigheden.

0

jaar ervaring

0%

kwaliteit

0+

planten per seizoen

Historie van Kwekerij De Kokmeeuw

L

Het begin: de oprichting door opa

Ruim honderd jaar geleden legde mijn opa de basis voor wat nu Kwekerij De Kokmeeuw is. Hij begon met het telen van groenten en bloembollen en breidde later uit met de handel in bloembollen. Zijn vakmanschap en ondernemingszin vormden het fundament van het familiebedrijf.

L

De tweede generatie: mijn vader neemt over

Eind jaren vijftig nam mijn vader de kwekerij over. In 1980 stapte ik bij hem in het bedrijf en gingen we samen verder onder firma. De kwekerij bestond toen uit een bollenkwekerij en broeierij, met een rolkas en vaste kas om in de winter te kunnen broeien. We teelden vooral narcissen, tulpen en hyacinten, aangevuld met fresia’s, lelies en irissen.

L

Verandering in de sector

De sector maakte in die jaren een snelle ontwikkeling door: schaalvergroting en mechanisatie werden steeds belangrijker. Om rendabel te blijven, zouden grote investeringen nodig zijn. Dat vooruitzicht maakte mij terughoudend en zette mij aan het denken over een andere koers.

L

De overstap naar bloemenexport

De bloemenexport had altijd al mijn interesse. Het vereiste minder grote investeringen en bood nieuwe mogelijkheden. In overleg met mijn vader startte ik een bloemenlijn op Frankrijk. Eerst met een gehuurde Engeland-auto, later met een vrachtwagen en uiteindelijk met een trekker-oplegger. Na een moeilijke start kwam de export goed op gang en breidden we uit met verzendexport.

L

De pioenenteelt groeit

Mijn vader bouwde de kwekerij langzaam af tot alleen de teelt en broeierij van narcissen overbleef. Toch bleef het telen trekken. Ik begon met pioenen voor de bloem, eerst kleinschalig naast de export. De teelt groeide gestaag en werd uiteindelijk te groot om alleen in avonduren en weekenden te doen. We namen iemand aan om de kwekerij te ondersteunen.

L

Uitbreiding van het bedrijf

In 2015 kwam de naastgelegen tuin te koop: een kwekerij met twee rolkassen, een stuk vast glas en een verwerkingsruimte. Het was een perfecte aanvulling op onze activiteiten en ik nam het over. Intussen had ik mijn vader uitgekocht, omdat het werk voor hem fysiek te zwaar werd. Ook de export groeide door, onder andere met een verkoopplek op M.I.N. Rungis vlakbij Parijs.

L

Overdracht van de export

Net als in de teelt nam ook in de export de schaalvergroting toe. Omdat wij een goede omzet hadden en ik geen opvolging had, kwam ons bedrijf in beeld bij andere exporteurs. In oktober 2019 droegen we de export over aan een collega-exporteur. Ik bleef nog twee jaar in dienst, maar de kwekerij vroeg steeds meer aandacht. In combinatie met de bouw van ons nieuwe huis besloot ik in oktober 2021 mijn baan op te zeggen en mij volledig op de kwekerij te richten.

L

De kwekerij vandaag

De kwekerij is inmiddels uitgegroeid tot een veelzijdig bedrijf met teelten van:

  • pioenen
  • helleborus (snijbloem)
  • convallaria (lelietje-van-dalen)
  • dahlia’s (snij)
  • herfstanemonen
  • pioenenstekken (op contract geteeld in Friesland)

De winter is een rustige periode met alleen helleborus. Vanaf april wordt het drukker en werken er uitzendkrachten tot eind oktober of half november. Daarna is er tijd voor onderhoud, administratie, cursussen, vakantie en de feestdagen.

L

De naam ‘De Kokmeeuw’

De naam De Kokmeeuw roept vaak vragen op. Hij verwijst naar een nabijgelegen boerderij waarvan een deel van het bijbehorende land nu onderdeel is van onze teeltgronden. Toen mijn opa zijn huis aan de Herenweg bouwde, vroeg hij de eigenaar van die boerderij of hij de naam op zijn nieuwe huis mocht zetten. Dat was geen probleem, omdat de boerderij zelf niet direct aan de weg lag.

Op oude kaarten van de Hoogeveense polder is de naam nog terug te vinden. Volgens sommige bronnen gaat deze zelfs terug tot 1690.

Voor vragen over beschikbaarheid, planning of specifieke wensen denken we graag mee binnen de mogelijkheden van de teelt.